«

»

Nov 09

Een ongewoon bezoek

Zoals elke middag hobbelen we gezellig met de schoolbus over de vele zandwegen, langs de huizen van de kinderen. Zoals elke middag moet ik uitstappen wanneer we bij het militaire terrein komen. Het is een plek waar medewerkers van de overheid wonen. Buitenlanders zijn niet toegestaan. Ik moet dus twee keer per dag de schoolbus uit, voordat hij het terrein opgaat en mag ik er weer in als hij het terrein verlaat. Toen ik de eerste keer voorstelde om buiten te wachten, vonden de soldaten dat geen goed idee. Met trots vertelden ze me dat ze immers een speciale gastenkamer met stoelen en een airco hadden. Nu zit ik twee keer per dag in de speciale gastenkamer, die volgestouwd is met kapotte, oncomfortabele stoelen en ijskoud is, omdat de airco altijd te hoog staat. Als ik de speciale gastenkamer na vijf minuten weer verlaat, sta ik meestel te bibberen van de kou. Maar ach, ter afwisseling van de stromen zweet die dagelijks mijn lichaam verlaten, is dat eigenlijk niet zo erg.

Zoals altijd komen we bij de plek waar de tweeling de bus verlaat. Ik stap mee uit, want vandaag ga ik bij de tweeling op bezoek. Ze zijn weeskinderen die bij hun oma wonen en de school maakt zich zorgen om hun situatie. Maryana gaat mee als tolk. Ze is lerares bij de kleuters en mijn Tanzaniaanse zus.

Een van de twee jongens grijpt mijn hand en loopt met stevige pas voor zijn broer uit. Hij leid me zelfverzekerd over de zandweg, langs armoedige huisjes en door kuilen. Zijn broer blijft een stuk achter ons. Als ik hem aankijk lacht hij niet, hij staart me aan met grote ogen en lijkt zich af te vragen wat er gaat gebeuren.
Maryana heeft me verteld dat we iets mee moeten nemen om aan de oma van de jongens te geven. Dat is een goede reden voor een bezoek, dan kom je niet om iets te nemen, maar om te geven. De jongens brengen ons naar een lokaal winkeltje waar we drie kilo rijst, een kilo suiker en wat koekjes kopen.
Onze wandeling vervolgt zich over kleine weggetjes, langs nog kleinere huisjes en winkeltjes. Er zijn veel mensen buiten. Ze hangen maar wat rond of zijn druk bezig met huishoudelijke taken. Kinderen rennen rond en spelen. De meeste zijn half bloot. Ze hebben zelfgemaakt speelgoed. Een plastic fles op een soort van wielen met een stok eraan fungeert als auto. Ik kijk met verbazing toe en vraag me af hoe ze het in elkaar hebben geknutseld. Sommigen mensen groeten, anderen kijken mij met grote ogen aan. Ik voel me heel wit, een attractie. Op dit soort momenten zou ik liever een andere huiskleur hebben en stiekem ben ik blij dat mijn gastheer mijn hand niet loslaat, ondanks het zweet dat zich tussen onze handen een weg naar buiten baant.
Dan zijn we er. In vergelijking met de andere huisjes, ziet dit huisje er redelijk goed en vrolijk uit. Er hangt kleurige was buiten en er staat een kleurrijke fiets met toeters en bellen voor de deur. Bibi en Baboe zitten buiten voor de deur te eten. Een groot bord met rijst en een stuk vis. Baboe heeft een grote, gouden zegelring om zijn vinger en een vrolijk hoedje op. Hij draagt alleen een handdoek om zijn middel. Bibi staat op en heet ons van harte welkom. Dat doet ze door minstens tien keer “Karibu sana” te zeggen en een stoel voor ons te regelen. De stoel bestaat uit een klos waar touw om heeft gezeten. Zelf zit ze op de grond. Met haar kanga (katoenen lap die dient als kledingstuk, handdoek en wat je al maar niet kan bedenken) maakt ze een soort kussen voor mij. Ik bedank haar door minstens tien keer “Asante sana” te zeggen en ga zitten. Maryana heeft de plastic zak met onze gift in haar handen. Voordat ik het ook maar heb kunnen noemen, heeft Bibi zich de plastic zak al toegeëigend, zonder iets te zeggen.
De tweeling verdwijnt naar binnen. Maryana zegt dat we kunnen praten als Bibi en Baboe klaar zijn met eten. Ik maak van de gelegenheid gebruik om naar binnen te gaan. Ik weet niet zeker of het onbeleefd is, maar ik wil graag zien hoe het huis eruit ziet en er zeker van zijn dat ik alles kan zien. Ik ben hier tenslotte om te peilen hoe de levenssituatie van de tweeling is.
Het is een stenen huis. Ik moet mijn slippers uitdoen. De vloer is van steen en bedekt met een laag zwart stof van de kolen. Links is een kamer, door een kier van de deur zie ik bedden en kleurige lappen. Rechts is een kamer waar een klamboe in hangt en een bed in staat. Met een paar passen ben ik achterin de gang, waar emmers met water en een stoof met kolen staan. Links daarvan is de kamer van de tweeling.
Als mijn ogen aan het donker gewend zijn zie ik hun bed en een klamboe. Er ligt een matras van geelachtig schuim, daarop liggen een paar kartonnen dozen en een soort deken van aluminiumfolie. In een kleine stellage ligt een tas met wat kleren en schoenen, de kleren en schoenen van de tweeling. De kamer is ongeveer 10m2 groot en er hangt nog een klamboe in. Na wat vragen blijkt ook de tante er te slapen, op de grond. De jongens zitten op het bed en spelen met batterijen. Ik vraag me af of dat niet gevaarlijk is en ik schrik wanneer ze er met hun tong aanzitten. Even later zie ik wat ze ermee doen: ze hebben een constructie aan een houten stokje gemaakt met de batterijen laten ze een klein lampje branden.
Dan vraag ik aan Bibi of ze haar kleinkinderen zou willen afstaan aan een weeshuis. Maryana vertaalt en Bibi begint een heel verhaal. Het blijkt dat hun moeder nog leeft, maar gek is geworden. Ze dwaalt rond en slaapt met mannen. Ze is net weer bevallen van een kind. Baboe is niet de echte opa van de tweeling. Hij doet zijn best om voor ze te zorgen, maar het is hier heel ongewoon om voor mensen te zorgen die niet je familie zijn. Er woont ook een oom, maar die schijnt vaker dronken dan nuchter te zijn. Bibi heeft de zorg voor de tweeling op zich genomen, omdat de moeder dat niet kon. Ze wil graag dat haar kleinkinderen in een betere situatie terecht komen en staat open voor opname in een weeshuis. Ik vraag Maryana of adoptie ook mogelijk is. Maryana doet haar best om op een beleefde manier mijn vragen te stellen. Ik merk ook dat ik me wat ongemakkelijk voel. Ik kom hier zomaar binnenwandelen en vragen of Bibi haar kleinkinderen af wil staan. Niet echt heel beleefd. Gelukkig lijkt ze een open en eerlijk mens en niet verlegen of gegeneerd door mijn vragen. Ze gaat morgen op reis naar de echte Baboe van de jongens en zal dan vragen of hij zal instemmen met adoptie.
Ik begin me ondertussen af te vragen of adoptie wel zo’n goed plan is. Ik weet niet eens wie ze dan zou kunnen adopteren en eigenlijk wil ik deze kinderen helemaal niet weghalen van hun school en uit hun land. Wat als ik hier nou volgend jaar ga wonen en dan…
Er kruipt een rat langs de muur. Ik voel ineens de muggen die zich verzamelen op mijn voeten en ik begin met het doodslaan van deze fijne vrienden. Wat een huis, wat een situatie! Alles is vies en oud en gebruikt. Ineens zijn die emmers met water waar ik me thuis mee moet wassen een luxe, net als de koelkast, het witte brood, het fruit, het schone bed, de geschilderde muren en de ventilator. Ik vraag me af wat ik kan doen,wat kan ik betekenen voor deze kinderen? Ik ga zo naar huis. Zij blijven hier. Zij gaan zo slapen op hun kartonnen dozen en morgen doen ze dat weer en overmorgen weer.
We nemen afscheid en Bibi bedankt voor het eten. Maryana maakt wat grapjes met de tweeling en Bibi loopt met ons mee. Baboe is inmiddels vertrokken. Hij heeft me in zijn beste Engels gevraagd om nog een keer langs te komen. Ik ben van harte welkom zegt hij.
Op de terugweg vraag ik aan Maryana wat we kunnen doen. Zij zegt dat we eten kunnen geven aan Bibi en ervoor kunnen zorgen dat ze op school genoeg te eten krijgen. Ik vraag me af in hoeverre het eten bij de tweeling aankomt als we dat geven. Bibi zal zeker haar best doen om goed voor ze te zorgen, maar iets in de houding van Baboe vertrouw ik niet helemaal. Aan de andere kant is het in ieder geval iets.
Zoals ik inmiddels gewend ben, nemen we de daladala naar huis. Zoals elke dag staat daar mijn mooi opgemaakte bed en zoals elke dag zitten mijn zussen erop. Zoals elke dag staat er een warme maaltijd klaar. Zoals elke mag ik me heel gelukkig prijzen met het leven dat ik heb. Dat realiseer ik me na deze middag des te meer.